In augustus diende de bewoner het verzoek in, waarna het door een onafhankelijk onderzoeksbureau is onderzocht. Het bureau concludeerde dat de bewoner een terecht verzoek had ingediend en adviseerde het college van burgemeester en wethouders om de tegemoetkoming in planschade toe te wijzen. Van belang bij het advies was dat de aanvrager niet kon voorzien dat er in zijn omgeving redelijk grootschalige woningbouw zou gaan plaatsvinden. Dit blijkt nu toch het geval, aangezien er maximaal tien woningen gebouwd kunnen gaan worden aan de achterzijde van de woning.
De tegemoetkoming in planschade komt ten laste van de betrokken projectontwikkelaars. Ook krijgt de bewoner nog €300,- teruggestort van de gemeente die betaald moest worden voor de aanvraag van het verzoek.

