De Spaanse slag van Jac van Eeden
NUNSPEET - Aan de keukentafel in Nunspeet, met zijn zoon Mark naast zich, vertelt Jac van Eeden (76) zijn verhaal alsof het gisteren was. Zijn handen doen mee. Ze tekenen bergen in de lucht, wijzen een weg aan die alleen hijzelf nog ziet, imiteren het ademen dat hij hoorde toen hij moederziel alleen door de Ardennen fietste. Wie bij hem aan tafel zit, fietst even mee. Van Nunspeet naar Ronda, Spanje. Achttien dagen, bijna tweeduizend kilometer, één tentje, en een levensles die je niet in een bucketlist vangt.
Een idee, spontaan geboren
Het begon zonder plan. Jacs zonen gingen op vakantie naar Spanje, en ergens tussen de koffie en het weerbericht ontstond het idee: volgend jaar ga ik daar ook heen. Maar dan op de fiets. Geen uitgestippelde route, geen strak schema vol reserveringen. Alleen een bestemming, een jaar de tijd, en een lichaam dat hij zelf wilde testen.
Hij maakte zijn eigen trainingsschema. Kocht een stevige e-bike van Nunspeetse bodem, tassen, en na wat wikken en wegen toch een tentje in plaats van overnachtingen in bed & breakfasts. Hij begon met tochtjes van 25 kilometer en bouwde op tot hij dagen van 100 à 125 kilometer aankon. Hij fietste kriskras door heel Nederland om zijn lichaam te laten wennen, van Assen naar Sneek, naar zijn broer in Duitsland, en naar Ameland, op de dag dat hij twee jaar eerder afscheid had genomen van zijn vrouw Christine. Bewust nam hij lange, saaie stukken polder mee. Niet omdat de kilometers dat nodig hadden, maar omdat zijn hoofd moest wennen aan de eentonigheid die ergens in Frankrijk of Spanje ongetwijfeld op hem zou wachten. Zelfs de hittegolf werd trainingsmateriaal voor de Spaanse zon.
De rekensom bleek achteraf een grap op zichzelf. Vijftienhonderd kilometer met de auto, dacht hij. Het werden er bijna tweeduizend op de fiets, en achttien dagen in plaats van vijftien. Jac en zijn zoon Mark moeten er nu nog om lachen.
Zestien juli, met de wind mee
Op 16 juli vertrok hij. De eerste twee campings, in Noord-Brabant en Vlaanderen, had hij geboekt, verder liet hij zich leiden door de weg zelf. Elke dag zag er hetzelfde uit en toch nooit hetzelfde: om zes uur uit de tent, half acht op de fiets, eerste stop bij een bakkerij, 's avonds ergens eten en de tent weer opzetten, half tien het licht uit. De e-bike moest 's nachts opladen, en zijn gehoorapparaat net zo goed, praktische details die hij met evenveel plezier vertelt als de mooiste vergezichten.
Niet alles ging over rozen. Kaartjes en boekjes bleken al snel onvoldoende, de navigatie op zijn telefoon wist het ook niet altijd beter, en op een dag kwam hij per ongeluk op de snelweg terecht. Op de tweede dag werden zijn helm en fietsjack gestolen, buiten bij een bakkerij. Hij vertelt het doodkalm, zoals hij eigenlijk alles vertelt: niet als tegenslag, maar als onderdeel van het verhaal.
Hij fietste zo'n twintig kilometer per uur, expres niet harder, "zodat ik ook nog lekker een beetje kon rondkijken." En wat hij zag. Door de Ardennen reed hij soms kilometers waarin hij alleen zijn eigen ademhaling hoorde, met links en rechts herten en wilde zwijnen tussen de bomen. Hij zag een valk een muis vangen. Hij zag de zon opkomen boven een land dat hij nog nooit zo had doorkruist. Hij kwam een Franse dorpsbegrafenis tegen op de weg, en oude mannetjes, voorovergebogen op hun stok, en voelde iets van dankbaarheid dat hij dit, op zijn leeftijd, nog kon.
Eén nacht liep het net anders. Hij fietste een tijdje mee met een echtpaar in de hoop op een kamer voor de nacht. Ze hadden er zelf geen, maar misschien uit een beetje medelijden, vermoedt Jac lachend, kreeg hij er alsnog een. "Een vijfsterrenhotel kon er niet aan tippen." Onderweg sprak hij voortdurend mensen, Nederlanders en anderen, die nieuwsgierig waren naar de man op de fiets met het tentje achterop.
Niet elke dag was licht. In de bergen bij een klim die hij lachend "best pittig" noemt, ging de afdaling naar een brug in een paar minuten, maar de klim terug kostte hem anderhalf uur. Tijdens de hitte gold vooral: goed slapen, goed eten, goed drinken. De laatste twee dagen bleek zijn luchtbed lek, een detail dat hij met dezelfde nuchterheid meldt als de mooiste zonsopgang. Op 3 augustus kwam hij aan in Spanje, met trillende armen, en op 11 augustus was hij weer terug in Nederland.
"Voor de laatste beklimming stond ik wat te drinken, stopte er een fransman met aanhanger en vroeg of hij de fiets op de aanhanger te zetten en naar boven wilde brengen. Bij de camping aangekomen, hij was volgens mij dronken, zei hij dat ik een plaats zelf mocht uitzoeken. Later wilde ik betalen, maar toen lag hij te slapen."
Wat overblijft
Zoon Mark keek vanaf de zijlijn toe, met een zenuwachtigheid die hij niet wegmoffelt. "Als je vader zegt dat hij op de fiets naar Spanje gaat, dan is dat spannend," zegt hij. Maar het vertrouwen woog zwaarder. "Hij is koppig en eigenwijs, hij redt zichzelf wel." Onderweg volgde het gezin de tocht via een dagelijks reisblog met foto's, en wat vooral bleef hangen waren niet de kilometers, maar de manier waarop zijn vader alles vertelde, levendig en vol humor.
Toen twee jaar geleden Christine (de vrouw van Jac) overleed, sprak de dokter over een bucketlist. Jac moest er niet veel van hebben. "Wij hadden alles al gedaan samen. Ons leven was goed." Er was, na haar overlijden, geen radicale ommekeer nodig, alleen een nieuwe manier om hetzelfde leven in te vullen: sportief, positief, met de blik naar voren. Onderweg kwam hij plekken tegen waar hij ooit met Christine was geweest, tijdens een rondreis door Europa jaren eerder. Terugkijken deed hij niet veel, zegt hij. Vooruitkijken wel.
Wat de tocht hem vooral gaf, is moeilijk in kilometers te vangen. "Het leven draait niet om geld of macht. Dit was onbetaalbaar. Vrijheid is onbetaalbaar." Zijn beste sportprestatie ooit, zegt hij, en tegelijk de meest waardevolle, precies omdat er niets aan te verdienen viel. Een inspiratiebron wil hij niet zijn. "Ieders leven is persoonlijk, ieders ervaring is anders. Ik probeer alleen naar het mooie te kijken."
Mark hoeft er niet lang over na te denken wat voor hem de kern is. "Ik ben trots dat ik zijn zoon mag zijn, en dat hij dit zo heeft gedaan."
Jac zelf wilde het nooit te groot maken. Maar aan de keukentafel, handen tekenend in de lucht, klinkt een verhaal dat groter is dan hijzelf het ooit zou willen noemen: van een man die op zijn zesenzeventigste besloot dat verdriet en verwondering elkaar niet hoeven uit te sluiten en die op een e-bike, met een lek luchtbed en een gestolen helm, het bewijs leverde.
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: [email protected] of bel: 0341-258133